|
Competentieprofiel voor de fysiotherapeut (in opleiding) De Hogeschool van Amsterdam, en Thim van der Laan hanteren in grote lijnen de volgende beroepsrollen welke gebaseerd zijn op het competentieprofiel van het KNGF. Inhoudelijk zijn beide profielen grotendeels gelijk. Voornamelijk beroepsrol 1 en 2 zijn voor de student een pré te ontwikkelen tijdens hun stageperiode! Beroepsrol 1: De fysiotherapeut als behandelaar 1. Diagnosticeren en behandelplannen opstellen 2. Klinisch redeneren, anamnese, onderzoek, behandelplan opstellen, etc. 3. Behandelen 4. Communicatie, fysiotherapeutische houding, activeren pt., etc. 5. Evalueren en verslagleggen 6. Monitoren behandelplan, administratie Beroepsrol 2: De fysiotherapeut als voorlichter en preventiemedewerker 1. Voorlichten 2. Informatie verstrekken ter voorkoming van recidief, presentaties aan collega’s/delen van kennis 3. Preventie realiseren 4. Bewust maken van mogelijkheden pt. tot het voorkomen, oplossen of stabiliseren van klachten en stimuleert een actieve houding hierbij Beroepsrol 3: De fysiotherapeut als ondernemer 1. Ondernemen, leiding geven en beheren 2. Opereert strategisch vanuit een sterkte-zwakte analyse Beroepsrol 4: De fysiotherapeut als beroepsontwikkelaar 1. Eigen professionalisering 2. Kritisch reflecteren op eigen handelen, houding en motivatie, maken van afspraken, zelfstudie 3. Bijdragen aan de professionalisering van de organisatie 4. Kwaliteitsverbetering en kwaliteitsborging van de eigen instelling 5. Bijdragen vaan de professionalisering van het beroep/de beroepsgroep 6. Bijdragen aan ontwikkeling van beroepsmethodiek door mee te doen aan onderzoek Hieronder wordt aangegeven welk niveau de student per stage moet behalen EFLP1 1. In staat om eenvoudige opdrachten uit te voeren (gedurende de stage verschuiving naar zelfstandig eenvoudige handelingen) 2. Praktisch handelen wordt vooraf besproken met begeleider 3. Ondersteuning van begeleider bij alles(later minder hulp). 4. In staat om met hulp anamnese, onderzoek en behandeling te doen bij pt. met hooguit twee ziektebeelden die naast elkaar voorkomen. 5. Om kunnen gaan met niet altijd coöperatieve pt. EFLP2 1. In staat om zelfstandig eenvoudige handelingen uit te voeren (gedurende de stage verschuiving naar matig complexe handelingen) 2. Praktisch handelen wordt veelal achteraf besproken met begeleider 3. Ondersteuning bij complexe pt., later minder. Vnl. feedback op handelen student. 4. In staat om met geringe hulp anamnese, onderzoek en behandeling te doen bij pt. met twee of meer ziektebeelden die naast elkaar voorkomen. 5. Om kunnen gaan met niet coöperatieve pt. EFLP3 1. In staat zelfstandig matig complexe handelingen uit te voeren (gedurende de stage verschuiving naar complexe handelingen) 2. Praktisch handelen wordt achteraf gerapporteerd aan begeleider 3. Minimale ondersteuning bij complexe patient, bij andere gevallen geen. 4. In staat om zelfstandig anamnese, onderzoek en behandeling te doen bij pt. met minstens twee ziektebeelden die naast elkaar voorkomen. 5. Kunnen begeleiden van een niet coöperatieve pt. Verder wordt er van de student verwacht: • Een actieve leerstijl te hebben • Assertief te zijn • Goede anatomische kennis te hebben • In staat zijn het methodisch handelen/klinisch redeneren te kunnen onderbouwen • Open te gaan met feedback en hier wat mee doen • Kritisch te zijn op eigen handelen • Zelf de leerdoelen te bewaken • Zelf (tussentijdse) evaluaties aan te vragen ! Iedere fysiotherapeut is verantwoordelijk voor zijn/haar patienten welke door de stagiair(e) behandelt wordt. ! Iedere fysiotherapeut begeleidt de stagiair(e) en geeft feedback. De evaluaties worden gedaan door Robbin Pieterse en/of Eric Hammer. ! Problemen met de stagiair(e) in functioneren en/of voortgang moeten z.s.m. overlegd worden.
|